Families

Bovenstaande families†zijn representanten van vier verschillende sociale†lagen in de kolonie: een totokgezin, een gegoede Indische familie, een familie van een kleine boeng en een inheems gezin. De familieleden geven u een kijkje in hun dagelijks leven. Dat kunt u eenvoudig doen door met uw muis een persoon aan te klikken.

De familie Wasserman
De familie Wasserman is een rijke Europese familie. Vader Frits is een telg uit een plantersfamilie die al generaties lang in†IndiŽ woont en werkt. De vrouw van Frits, Trudy, kwam in de jaren 20 van de vorige eeuw rechtstreeks uit Nederland naar de kolonie. Samen hebben ze twee kinderen, Dolf en Ben. Ze hebben een goed leven. Een mooi huis en veel bedienden. Een daarvan is baboe Dari.

Frits Wasserman
Frits Wasserman stamt uit een rijke plantersfamilie. De familie Wasserman verblijft al enkele generaties in IndiŽ en is een mengelmoes van Duitse, Nederlandse en Portugese afkomst. Nadat hij de HBS in Batavia had afgerond, vertrok hij naar een kosthuis in Leiden om rechten te studeren. Enige tijd na terugkomst kon Frits via contacten van een oom aan de slag bij Handelsmaatschappij Internatio. Hij werd vaak overgeplaatst naar kleinere posten in de buitengewesten. Hij heeft een njai, Louisa. Samen hebben ze een dochter, Vicky. Later trouwt hij met een Nederlandse vrouw, Trudy. Ze hebben twee kinderen, Dolf en Ben. Nu woont en werkt Frits in Soerabaja.

Ben Wasserman
Ben is de jongste zoon van Frits Wasserman en komt uit een gegoede Europese familie. Hij is 10 jaar en zit op de Europese Lagere School. Overal is er ruimte, lekker eten, er kan altijd buiten gespeeld worden en er zijn overal kinderen en allerlei leuke dieren om mee te spelen. Hij is het lievelingetje van baboe Dari. En Ben heeft een vriendje in de kampong, Ibrahim. Van zijn moeder Trudy mag hij eigenlijk niet met de inheemse kinderen spelen, maar vader Frits Wasserman vindt het best. Die had vroeger ook veel inheemse vriendjes. Toen was alles nog wat losser.

Baboe Dari
Baboe Dari is het kindermeisje van de familie Wasserman, een rijk Europees gezin. Ze zorgt voor de tienjarige Ben, net zoals ze dat voor zijn vader heeft gedaan, Frits Wasserman. Baboe Dari woont in de bijgebouwen op het achtererf, waar ze een klein kamertje heeft. Daar wonen nog meer bedienden. Ze werkt al lang voor de familie Wasserman. Ze moet wel, want haar familie in de kampong heeft te weinig inkomsten. Frits Wasserman heeft het volste vertrouwen in haar. Zijn vrouw heeft meer moeite met de baboe. Ze ziet dat haar zoon Ben naar haar toe trekt, iets dat ze liever niet wil. Ze is bang dat Ben op een Ďinlanderí gaat lijken. Baboe Dari is gek op Ben. Ze stopt hem veel lekkers toe en vertelt hem verhalen over haar eigen leven.

De familie Oostenbroek
De familie Oostenbroek is een welgestelde Indische familie. Hetty Oostenbroek en haar man Jo hebben beiden een goede opleiding gehad. Hetty is onderwijzeres en Jo werkt bij de KPM, de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Ze hebben een dochter, Eetje, die†naar de HBS gaat. Ook hebben ze bedienden in hun mooie huis, dat niet onderdoet voor een Europese woning.

Hetty Oostenbroek
Hetty werd geboren in Palembang, op Sumatra in 1901. Haar blanke vader trouwde met een Indische vrouw, de dochter van de plaatselijke hoofdonderwijzer. Hetty kon naar de HBS en werd† toegelaten tot de Kweekschool. Hetty vond na de kweekschool een baan als onderwijzeres op de Europese Lagere School in Bandoeng, waar ze Johannes (Jo) ontmoette, die daar op de Technische Hogeschool zat. Met Jo kwam ze uiteindelijk in Soerabaja terecht. Jo en Hetty hebben samen twee kinderen. Een daarvan is Eetje. Nadat de kinderen wat groter waren is Hetty weer begonnen met lesgeven op de Hollands Inlandse School.

Eetje Oostenbroek
Eetje is 17 jaar oud en zit in de voorlaatste klas van de HBS. Ze weet nog niet goed of ze nog verder wil leren, alhoewel haar ouders dat graag zouden zien. Vader Jo Oostenbroek heeft een goede baan bij de KPM. En haar moeder Hetty werkt in het onderwijs. Eetje maakt zich nog niet te veel zorgen om de toekomst. Liever maakt ze nog plezier nu het nog kan. Ze is stiekem verliefd op Dolf Wasserman, zoon uit een gegoede Europese familie. Ze gaat ook graag naar het zwembad en de bioscoop. Haar favoriete films zijn Amerikaanse films. Gelukkig zijn er daar veel van te zien in Soerabaja.

Kokkie Sri
Sri werkt als kokkie voor de familie Oostenbroek. Ze woont in de kampong bij†de familie van haar vriend. Haar dagen beginnen vroeg. Al om 5 uur. Ze vindt dat niet erg, want dan is het nog niet zo warm. Het is een half uur lopen naar de familie Oostenbroek. Ze werkt voornamelijk in het achtergedeelte van het huis, de belakang. Daar staat het fornuis. Ook de andere bedienden zijn hier vaak te vinden, voor strijk- en naaiwerk of om water te halen. Van mevrouw Oostenbroek krijgt ze instructies over de maaltijden en welke ingrediŽnten ze moet kopen.

De familie Delacroix
Deze Indo-familie heeft het niet breed. De familie stamt af van een Nederlandse militair en een inheemse vrouw. Vader Nicolaas is klerk bij de Raad van Justitie. Bang om 'af te glijden' naar de kampong, probeert dit gezin zo goed mogelijk†te voldoen aan de Europese standaard. Dat valt niet mee. Zo kan dochter Marie niet zomaar naar de school die ze zou wensen.†Vader Nicolaas zal het waarschijnlijk niet verder brengen dan klerk.

Nicolaas DelaCroix
Nicolaas wordt ook wel Ventje genoemd. Hij is 40 jaar en is de kleinzoon van een Zwitserse soldaat die via Harderwijk naar IndiŽ is gekomen. Zijn moeder was een tangsikind die als baboe aan de slag kon. Zelf heeft hij de lagere school doorlopen en het klein ambtenarendiploma gehaald. Hij werkt als klerk bij de Raad van Justitie in Soerabaja. Ventje probeert zo Hollands mogelijk over te komen en hoopt op een betere toekomst in de Europese laag van de samenleving. Ondanks zijn opleiding en baan heeft de familie Delacroix het niet erg breed.†Nicolaas probeert hoger op te komen, maar wat hij nooit zal opgeven is zijn liefde voor krontjongmuziek.

Marie Delacroix
Marie, dochter van† Nicolaas Delacroix, zit in het laatste jaar van de IEV Mulo. Dit is de Mulo van het Indo-Europeesch Verbond. Om toegelaten te worden tot de Mulo heeft haar vader flink moeten betalen. Het schoolgeld is niet gering. Ook had ze een verklaring nodig van het hoofd van haar lagere school. Dat is gelukt. Haar lagere school was de Hollands Inlandse School. Daarna is ze naar de voorklas van de Mulo† gegaan. Een soort schakeljaar. Ze werkt hard, want ze wil graag doorstuderen. Als ze het Mulo-diploma†heeft, wil ze graag naar de Inlandse artsenschool of naar de Inlandse Rechtsschool.

De familie Soeko
Dit gezin woont in de kampong. Ze zijn van het platteland naar de stad getrokken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Hun lapje grond in de dessa bracht bijna niets meer op. Ook op de rijstvelden was bijna niets meer te verdienen. Moeder Kasni verdient geld†met de verkoop van huismiddeltjes†tegen allerlei kwalen. De oudste zoon Soemanti†probeert†met klusjes in de haven bij te verdienen. Opa en oma wonen†bij het gezin in. Zij hebben geen enkel inkomen. †

Kasni
Kasni Soeko woont in de kampong. Ze is 34 jaar en moeder van twee kinderen. Om in hun onderhoud te kunnen voorzien is ze verkoopster op de markt. Ze verkoopt onder andere djamoes: middeltjes van kruiden tegen allerlei kwaaltjes. Kasni en haar familie bezitten maar weinig land en hebben daarom nauwelijks vruchtenbomen en kruidenplanten. Om aan producten te komen die ze kan verkopen op de pasar gaat ze naar een paar vaste adressen buiten de kampong. Ze hebben het niet breed, maar kunnen er van eten. Wel was het tot een paar jaar geleden beter. Doordat ze in opeenvolgende jaren een slechte oogst hebben gehad en door de economische crisis in de landbouw is de familie†bijna al haar grond kwijtgeraakt.

Soemanti
Soemanti is de oudste zoon van Kasni en is 18 jaar. Hij heeft op de dessaschool gezeten waar hij een beetje heeft leren lezen en schrijven in het Maleis. Hij woont bij zijn moeder en zijn broertje Ibrahim in de kampong. Soemanti grijpt alle mogelijke manieren aan om geld te verdienen. Hij helpt zijn moeder met het halen van producten voor de markt. Hij is sjouwer in de haven. Maar ook door te gokken verdient hij geld. Tegenwoordig speelt hij steeds vaker dobbelspelletjes en hij heeft regelmatig geluk. Maar het is nog spannender om bij hanengevechten te gokken.

Ibrahim
De jongste zoon van Kasni heet Ibrahim en is 10 jaar. Iedere dag loopt hij met kinderen uit het dorp naar de dessaschool in de kampong waar hij woont. Hij wil graag veel leren, zodat hij later dokter kan worden. Dan kan hij ervoor zorgen dat zijn familie het beter krijgt. Hij begrijpt niet dat deze droom slechts een droom zal blijven. Na schooltijd speelt hij graag met kinderen uit de kampong en met zijn vriendje Ben Wassermann uit een gegoede Europese familie. Ze spelen dan spelletjes zoals pantok-lele of ze gaan vliegeren. Ibrahim kan niet altijd spelen. Hij moet ook vaak klusjes doen. Zoals helpen met water halen, opa en oma helpen in de kruidentuin of kleren vouwen.

     Stichting Pelita                                                                                                                                home - colofon - literatuurlijst - sitemap - algemene voorwaarden