Zwembad
Zwemmen was in Nederlands-Indië een populaire vrijetijdsbesteding. Men ging graag naar Tjihampelas in Bandoeng, of naar zwembad Selecta in Malang. In Batavia was zwembad Tjikini populair. Super-de-luxe was zwembad Tegalsari in Soerabaja, gebouwd op het terrein van sociëteit Concordia. Het bestond uit twee baden, een diep en ondiep bad. Het zwembad was verlicht met lampen onder water.

Het stond nergens officieel aangegeven, maar de oorspronkelijke bevolking was niet echt welkom in deze luxe zwembaden. Als men lid was van een zwemclub werd er nog wel eens een uitzondering gemaakt. Indo-Europeanen die het konden betalen bezochten wel de zwembaden. Mannen droegen vanouds badpakken. Aan het einde van de jaren dertig raakten ook zwembroeken meer in de mode. Meisjes en vrouwen droegen een badpak, bikini’s werden toen nog niet gedragen.

Sport

Er werden verschillende sporten beoefend in Nederlands-Indië. Professioneel en als vrijetijdsbesteding. Onder Europeanen en Indo-Europeanen waren zwemmen, tennis, voetbal, atletiek, korfbal, hockey, en roeien favoriet. Zwemmen werd gezien als een verkoelende bezigheid en niet weg te denken uit het leven van kinderen. Na hun middagslaapje snelden ze met vrienden uit de buurt of van school naar het zwembad. Tennis werd met name door hun ouders beoefend. De oorspronkelijke bewoners hadden zo hun eigen sporten. Op de Banda-eilanden en op Sumatra streden kampongs met hun eigen prauwen tegen elkaar. Op Borneo kende men het mastklimmen. Niet echt makkelijk, want de mast werd eerst met vet ingesmeerd. Op het eiland Ceram ving men vlinders, niet maar de hand, maar het platte slaghouten. En vliegeren was in veel plaatsen favoriet. De grootste uitdaging was om met de eigen vlieger de vlieger van de tegenstander neer te halen. Dat deed men door de vliegertouwen met fijngestampt glas in te smeren en zo het vliegertouw van de tegenstander door te snijden.


Voetbal

Voetbal was een ware volksport, voor zowel Europeanen als de inheemse bewoners. Een bekende voetballer uit deze tijd was Bep Bakhuys. Hij had onder andere bij THOR (Tot Heil Onzer Ribbenkast) in Soerabaja gevoetbald en na zijn vertrek naar Nederland ook voor het Nederlands elftal. Bijna iedere stad had een eigen elftal en deed mee aan de competitie. Maar ook in de meer afgelegen gebieden werd gevoetbald. Zo bestaat er een anekdote van Pater Geurtjens, werkzaam in de Taminbar Archipel. Het plaatselijke elftal bestond uit twaalf man. Die twaalfde man was vooral bezig om de goede goden van Taminbar gunstig te stemmen, zodat het elftal zou overwinnen. En pater Geurtjens maar denken dat hij deze twaalfde man allang bekeerd had.
Verschillende bevolkinggroepen in Indië hadden hun eigen voetbalclubs. Zo was er de Chinese voetbalclub 'Tiiong Hwa' en hadden de Ambonezen hun eigen club ‘Mena Muria’. Het voetbalspel van de Indonesiërs was stevig en interessant om te volgen. De Europeanen stonden verbaasd over de geweldige trappen die zij gaven terwijl ze op bloten voeten speelden. Ook waren er in deze tijd geen rode of gele kaarten en was er geen handel in voetballers. Desondanks gingen het er niet altijd zachtzinnig aan toe. In 1938 deed Nederlands-Indië voor de eerste en enige keer mee aan het WK Voetbal, maar werd uitgeschakeld door Hongarije.

Dieren in sport en volksvermaak

Typisch inheemse sporten waren krekel- en bokkengevechten. Bij krekelgevechten werd eerst gezocht naar een strijdlustige krekel. Deze ging in een klein kooitje gemaakt van dunne bamboe. De krekels werden gevoerd met vliegen om ze bloeddorstig te maken. Net zolang totdat ze geschikt waren om de tegenstander te lijf te gaan. Tijdens het gevecht stonden de supporters eromheen. Met kreten moedigen zij de krekels aan. Of juist als deze het lootje had gelegd, hoorde je de woorden: ‘kasian-lah’.
Bokkengevechten werden onder andere gehouden op Madoera en bij de Soendanesen op West-Java. Twee bokken gingen de arena in. Ze werden vastgebonden op een plek waar zij elkaar goed konden zien. Dan werd er een teken gegeven en werden ze losgelaten. Ze stormden op elkaar af. Dit werd net zo lang herhaald, totdat een van beide bokken geen vechtlust meer had en het hoofd liet hangen.
Stierenwedstrijden werden gehouden op Madoera. Twee aan twee werden de stieren aan elkaar gebonden zodat ze een span vormden. In het midden zat een ’jockey’ en hield de teugels vast. Degene die het eerst over de streep kwam, had gewonnen. De rennen waren niet ongevaarlijk. ‘jockeys’ vielen nog wel eens van de stieren en werden doodgetrapt. Ook voor het publiek was het niet veilig. Losgebroken stieren renden het publiek in en maakten daar ook nog een aantal slachtoffers.

Multimedia - Zwembad


Foto's &
Tekeningen (16)


Foto Toevoegen


Video&
fragmenten (5)


Video Toevoegen


Audio&
fragmenten (1)


Audio Toevoegen


Verhalen &
Documenten (0)


Verhaal Toevoegen


Interviews&
Fragmenten (0)


interview Toevoegen
     Stichting Pelita                                                                                                                                home - colofon - literatuurlijst - sitemap - algemene voorwaarden