Markt
In dorpen en steden was dagelijks een markt, een pasar te vinden. Stromen van verkopers en kopers vonden hun weg erheen. Marktvrouwen en -mannen verkochten er producten, die zij hadden verbouwd op het land of hadden gekocht. De hele familie hielp mee. Zelf de kleinsten. Met een bamboe pikoelan, een stok over de schouder met aan beide zijden een mand, werden de producten naar de markt gebracht. Er was veel te koop. Lokale groenten, maar ook groenten die voldeden aan de Europese wensen, zoals peen, komkommer, aubergine en spinazie. Vele kleuren en geuren kenmerkten de pasar. Naast groente en fruit werd er vlees, verse en gedroogde vis en allerhande huishoudelijke en gebruiksartikelen verkocht, waaronder haarpennen, armbanden, potloden en hangsloten. Ook waren er veel bedienden te vinden, die inkopen deden voor mevrouwen. De Europese vrouwen gaven hen een boodschappenlijstje mee. Zelf kwamen ze zelden op de markt.

Wildgroei en rommel

Europeanen waren van de pasar afhankelijk voor hun eerste levensbehoeften. Meestal lieten ze hun bedienden daar boodschappen doen. Omdat men de markten eigenlijk veel te onhygiënisch vond naar Europese maatstaven werden ze al snel onder gemeentelijk toezicht gesteld. Deze ontwikkeling zag men vooral in de steden. Er ontstonden gemeentemarkten, soms overdekt, op een vastgestelde plaats. Verder waren er ook buurtmarkten en straathandel. Vooral deze laatste economische activiteit was vele westerlingen een doorn in het oog omdat het rommel veroorzaakte en het verkeer ophield. Men probeerde deze activiteit terug te dringen naar de kampongs.

Van alles te koop en ook geneeskracht

Op de markt werden ook lokale medicijnen verkocht: de djamoe. Ze zouden helpen tegen allerlei grote en kleine kwalen en de schoonheid van vrouwen behouden. Ze werden dan ook vaak door jonge mooie vrouwen verkocht, om zo te laten zien dat het echt werkte. Djamoe wordt o.a. gemaakt van speciale kruiden en knollen. Het recept werd geheim gehouden. De bereidster en verkoopster van de djamoe wordt 'toekan djamoe' of 'toekan tjekaran' genoemd. Djamoe smaakte vies, dus werd er ook een zoet drankje bij verkocht. De kruiden, die in de djamoe gingen, werden verkocht door de 'toekan rempa rempa' een vrouw die een ‘waroeng’ in huis hield. Zowel bij de verkoopsters van de kruiden als bij de verkoopsters van de djamoe is er een bijzondere of mysterieuze sfeer.


Multimedia - Markt


Foto's &
Tekeningen (7)


Foto Toevoegen


Video&
fragmenten (2)


Video Toevoegen


Audio&
Fragmenten (0)


Audio Toevoegen


Verhalen &
Documenten (0)


Verhaal Toevoegen


Interviews&
Fragmenten (0)


interview Toevoegen
     Stichting Pelita                                                                                                                                home - colofon - literatuurlijst - sitemap - algemene voorwaarden