Sociëteit
De sociëteit, of ‘soos’, was voor veel Europeanen in de 19de eeuw de enige gelegenheid tot wat gezelligheid en amusement. Ook na de eeuwwisseling had de soos een belangrijke rol in het sociale leven. Iedere stad had wel zo’n gelegenheid. In Batavia waren Concordia en de Harmonie belangrijke ontmoetingsplaatsen. De Harmonie was de bekendste sociëteit voor heren. Vrouwen werden slechts bij hoge uitzondering toegelaten. Bandoeng had ook een sociëteit Concordia genaamd. Deze werd in eerste instantie vooral bezocht door planters. Later werd het publiek gemêleerder en ook ‘beschaafder’. De soos was niet langer het ‘jeneverhuis’, waar ‘vrolijke planters de piano de straat op sleepten en er hun whisky in uitgoten'. Rond 1850 veranderde Soerabaja steeds meer in een belangrijke koopmansstad. Groothandelaren en industriëlen verlangden in deze tijd steeds meer naar een eigen soos. Ze wilden een eigen plek, los van de officierssociëteit Concordia en de Marine-sociëteit Modderlust. Daartoe werd in 1850 de Club opgericht op de hoek van Embong Malang en Toendjoengan. Leden moesten 100 gulden per maand betalen en de entree was 25 gulden. Meer dan wat de krijgslieden ooit konden betalen. In 1907 verhuisde de Simpang Club naar de hoek van Simpang en de Dijkermanstraat in het uitgaanscentrum. De Simpang Club kon zich meten met de meest chique sociëteiten in Europa.

Activiteiten in de soos

Populair tijdverdrijf in de soos was er in de vorm van bal masqués, muziek en toneel. In december werd er ook trouw Sinterklaas gevierd. En er waren dansavonden. Overdag kon er gepicknickt worden. Sommige sociëteiten hadden een eigen tennisbaan. Drank ontbrak niet in de soos. Gasten konden kiezen tussen Hollands en Engels bier. Er werden ook champagne, Kaapse en Spaanse wijnen en enkele sterke dranken, waaronder Brandy-soda, whisky en ‘Apenmelk’, een mengsel van jenever en water, geschonken. Dit laatste was één van de favoriete drankjes.
Op het menu stond o.a. een uitgebreide rijsttafel met nasi en pittige arak, maar ook saté van de bok. In de ‘wintermaanden’ stond er zelfs snert op het menu. En na een late feestavond met veel drank en eten was een verse koppi-toebroek (koffie die gemaakt werd door heet water te schenken op een flinke lepel fijngemalen koffie, de drab bleef op de bodem liggen, gezoet met suiker of gecondenseerde gesuikerde melk). In de ochtend de beste remedie tegen een sooskater.
Op muziekgebied liep de soos, vergeleken met Europa, ook niet achter. Wereldberoemde artiesten traden op in de sociëteiten van Nederlands-Indië. Zoals Godowksi (beroemd pianist), Kathleen Parlow (violiste) en Jean-Louis Pisuisse (bekend vertolker van het levenslied). Louis Davids en Margie Morris zongen er hun volksliedjes. Naast bekende artiesten verzorgden de eigen leden ook dikwijls muziek- en toneelvoorstellingen.


De sociëteit in de buitengewesten

De soos in de buitengewesten had de functie als ontmoetingsplek voor de kleine groep Europeanen die zich daar gevestigd had. Aan de kusten en in het binnenland van Sumatra, Borneo en Celebes en op de kleine eilanden waren planters en werknemers van de oliemaatschappijen op elkaar aangewezen. Voor toneelgezelschappen, musici en andere artiesten loonde het niet om tijdens hun tournees langs deze plaatsen te gaan. De gangmakers in deze sociëteiten waren meestal reguliere gasten met een beetje talent voor zingen, musiceren en toneelspelen. Het toelatingsbeleid in deze sociëteiten was minder streng dan in de grote steden. Anders had men te weinig klandizie. Onderwijzers, commiezen en klerken, de politie-opziener en plaatselijke inheemse notabelen konden allen lid worden.

De teloorgang van de sociëteit

Naarmate de kolonie zich materieel meer ontwikkelde, ontstond er ook meer concurrentie voor de sociëteiten. Er kwamen bioscopen, tennisbanen en ook grote hotels die vermaak boden. Met de auto maakten stedelingen tripjes naar koelere gebieden. De radio bracht vertier in huiselijke kring. En kranten en boeken zorgden voor de nodige ontspanning. Daar kwam nog bij dat men tijdens de economische crisis begin jaren dertig, het lidmaatschap te duur vond. Een voorbeeld van een beroemde sociëteit die zich niet staande kon houden was De Vereeniging in Djokjakarta. Deze soos voor administrateurs, ambtenaren en particulieren vierde in 1937 het 115-jarige bestaan. Enkele jaren na de viering werd de soos gesloten. Veel mensen konden vanwege de economische crisis het lidmaatschap niet meer betalen. Was in 1926 het lidmaatschap nog 10 gulden per maand en had de soos 800 leden, in 1935 hoefde de nog slechts 175 leden nog maar 4 tot 7,50 gulden te betalen.

Multimedia - Sociëteit


Foto's &
Tekeningen (4)


Foto Toevoegen


Video&
fragmenten (4)


Video Toevoegen


Audio&
Fragmenten (0)


Audio Toevoegen


Verhalen &
Documenten (0)


Verhaal Toevoegen


Interviews&
Fragmenten (0)


interview Toevoegen
     Stichting Pelita                                                                                                                                home - colofon - literatuurlijst - sitemap - algemene voorwaarden