Kampong
Het merendeel van de inheemse bevolking woonde in de kampong in de stad, of op het platteland in de dessa. De woningen waren meestal gemaakt van 'bilik’. Dit is gespleten bamboe, samengevlochten tot matten en wordt gespijkerd op latten van hout of bamboe. Het stevige materiaal werd door Europeanen ook wel gebruikt voor plafonds of muurbedekking in hun eigen huizen. Een enkele kampong- of dessabewoner kon zich een stenen huis veroorloven met rode of bruime dakpannen. Vooral buiten de grote steden werd als dakbedekking ‘kadjang’, gemaakt van palmbladen, gebruikt. Niet alle Indo-Europeanen waren welvarend. Zij worden ook wel kleine boeng genoemd. Zij woonden niet in de Europese wijken maar in de kampong of dessa samen met de oorspronkelijke bevolking. Als het kon werkten ze als klerk, omdat ze zich zo Europees mogelijk wilden gedragen. Handarbeid in de nijverheid en handel werd als minderwaardig beschouwd en was dus iets voor de plaatselijke bevolking. Omdat er niet voldoende werkgelegenheid was voor klerken, kwam onder Indo-Europeanen hoge werkeloosheid voor. Veel van deze gezinnen leefden in armoede. Op straat zag je veel straathandelaars lopen. Over hun schouders hing een stevige bamboe-pikoelan met een mand voor en een mand achter. In deze manden zaten verschillende artikelen zoals ijzerwaren, manufacturen, garen en band, snoepgoed, kruidenierswaren, pantoffels en sandalen, en zelfs matten en matrassen.

Weinig tot geen comfort in de kampong

De huizen in de kampong en dessa hadden geen stromend water. Men waste zich vaak bij de bedding van een rivier of bij een natuurlijke bron. Daar deden ze ook de was en hun behoeften. Deze wasplaatsen waren vaak afgezet met bamboe. De slechte omstandigheden in met name de kampongs waren een bron van zorg voor menig stadsbestuur. Zo werd in Soerabaja veel geld geïnvesteerd in verbetering van de kampongs. Helaas met niet al te veel effect, door de bevolkingsgroei in de jaren 1920 en 1930. De kampongs raakten overvol.


Krontjong, muziek uit het hart

Krontjong is ontstaan in de kampong Toegoe vlakbij het toenmalige Batavia waar in 1611 met name Portugezen woonden. Ze speelden op een vijfsnarige rajão gitaar Portugese straat- en volksliederen. Deze gitaar wordt beschouwd als de voorloper van de krontjonggitaar, die ook vijf snaren heeft. De Portugese liederen werden verspreid naar andere kampongs in de omgeving door rondtrekkende minstrelen. Ze werden ook wel 'boeaja krontjong' of 'djago' genoemd. Ze hadden geen goede reputatie omdat ze een bedreiging zouden vormen voor de goede zeden. Ondanks deze reputatie groeide de populariteit. Aanhangers waren met name te vinden in de lagere en lage middenklasse. Bekend zijn natuurlijk ‘Nina Bobo’ en ‘Terang Boelan’. Andere titels zijn ‘Toean dan Njonja’, ‘Hei hei meisjelief’ en ‘Rasa Sajang Keneh’.

De krontjong klinkt verder door de Archipel

Begin 1900 was populariteit van krontjong enorm, vooral bij soldaten in legerkampen. De liederen gingen onder andere over de natuur en de liefde. De soldaten zongen met name liefdesliederen om vrouwen te verleiden. Door de opkomst van de grammofoonindustrie rond 1900 werd krontjong nog populairder en professionaliseerde zelfs. Grote maatschappijen zoals Lyraphon, Beka en Pathé maakten opnames en zorgden voor vertegenwoordigers in de belangrijkste afzetgebieden. Krontjongbands breidde zich uit tot orkesten en er werden concoursen gehouden tijdens pasar malams. Het publiek mocht dan stemmen wie ze het beste vonden. Op deze concoursen waren ook scouts aanwezig op jacht naar een nieuwe ster voor een platenlabel. Aan het eind van de jaren 1920 was krontjong de populairste muziek in Nederlands-Indië.
In de jaren 1930, toen er veel Nederlanders naar Nederlands-Indië kwamen, werd krontjong steeds minder populair. Het werd gezien als typisch Indisch, terwijl zo Europees mogelijk zijn de norm was. Maar velen bleven krontjong trouw. Voor met name de Indo-Europeanen en de inheemse bevolking was het meer: de vertolking van de Indische ziel en een thuis bieden aan een volk in diaspora.

Wajang

Het Wajangspel is gebaseerd op Javaanse legenden en Hindoeïstische heldendichten uit de Ramayana en de Mahabharata. Het meest bekend zijn de wajang koelit (platte, uit leer uitgesneden figuren die tegen een verlicht scherm worden gehouden waardoor een schaduwspel ontstaat) en wajang golek (houten stokpoppen). Ook mensen konden een wajang zijn. Ze droegen maskers of waren verkleed als figuren uit de heldendichten (wajang wong). Wajangvoorstellingen werden alleen opgevoerd bij bijzondere gelegenheden, zoals besnijdenissen, oogstfeesten, huwelijken of bij bezweringen van een epidemie. De uitvoeringen vonden vooral ’s avonds plaats.

Multimedia - Kampong


Foto's &
Tekeningen (20)


Foto Toevoegen


Video&
fragmenten (6)


Video Toevoegen


Audio&
Fragmenten (0)


Audio Toevoegen


Verhalen &
Documenten (0)


Verhaal Toevoegen


Interviews&
Fragmenten (0)


interview Toevoegen
     Stichting Pelita                                                                                                                                home - colofon - literatuurlijst - sitemap - algemene voorwaarden